Een schrijfretraite in stilte, om weer te voelen wat schrijven met jou doet.
Jij bepaalt het tempo, de pen volgt vanzelf.
Vijf uur. Drie schrijfvonken. En jij komt anders voor de klas te staan.
Je geeft je leerlingen regelmatig een schrijfopdracht.
Misschien schrijf je zelfs wel eens mee.
Een zin op het bord. Een voorbeeld voor de klas.
Niet voor een rapport. Niet voor een ouder. Niet als voorbeeld.
Voor jou.
Want schrijven neemt je mee op reis.
Naar vroeger, naar dat kind dat jij ooit was.
Naar nu, naar deze zomer, naar deze stoel.
Naar later, naar wie je wilt worden.
Alles kan. Want op papier ben je vrij.
Dat is wat deze retraite je teruggeeft.
Niet een nieuwe werkvorm. Niet nog een training.
Maar het gevoel dat je je leerlingen gunt, elke dag:
Voor de mens achter de meester.
Even niet de juf die alles regelt.
Even niet de meester die altijd klaarstaat.
Gewoon jij. Met een pen. En tijd die alleen van jou is.
Ik weet hoe het is.
Je staat het hele jaar voor anderen.
Je geeft, en je geeft, en je geeft.
En ergens onderweg vergeet je dat jij ooit zelf met taal begon.
Dat er een reden was dat jij dit vak koos.
Deze zomer halen we die reden weer naar boven.
Niet door harder te werken.
Deze retraite doe je in alle rust, met een werkboek en een pen.
Mijn stem brengt je op gang en neemt aan het eind afscheid.
Daartussenin is het stil, en houd jij de regie.
Alle uitleg en opdrachten staan op papier, rustig vormgegeven met veel ruimte.
Je leest, je schrijft, je bladert verder wanneer jij eraan toe bent.
Twee korte audiofragmenten.
Eentje om je te laten landen en op gang te brengen, eentje om af te sluiten.
De rest doe je in stilte.
In één ochtend, verspreid over een weekend, of telkens een stukje.
Bij elke ronde zet je zelf een paar minuten op de timer.
Geen haast, geen rooster.
De vonk begint met je zintuigen.
Drie korte schrijfrondes die je hoofd leegmaken en je hand warm draaien.
Geen goed of fout.
Gewoon schrijven wat je hoort, ziet en voelt.
Hier gaat het dieper.
Je schrijft drie brieven die je nooit hoeft te versturen.
Aan iemand die je niet meer kunt bereiken.
Aan het kind dat jij was.
Aan een kind in jouw klas.
Juist omdat niemand ze leest, kun je alles opschrijven.
Je wordt klein.
Zes woorden per ronde, niet meer.
Over je zomer, iemand van wie je houdt, een herinnering, en wie je wilt worden.
Pas in de laatste ronde komt de klas terug. Zacht. En je neemt één vonk mee voor maandag.
Dit is voor jou als:
Je een juf of meester bent die het hele jaar geeft, en deze zomer toe bent aan iets wat alleen van jou is.
Je houdt van taal, anders had je dit vak niet gekozen.
Je werkt het liefst in stilte en in je eigen tempo, met een pen in je hand.
En je verlangt naar dat gevoel van een leeg blad dat geen vijand is, maar een uitnodiging.
Dit is niet voor jou als:
Je een kant-en-klare lessenserie zoekt voor in de klas. Dit is geen training en geen methode. Tijdens deze retraite ben je even geen leerkracht, maar mens. Zoek je werkvormen voor morgen, dan heb ik andere dingen voor je. Dit is iets anders. Dit is voor jou.

Ik ben Li Lefébure. Ik schrijf kinderboeken, ik schrijf boeken voor leerkrachten, en ik geef trainingen over hoe je van taal het allerleukste vak maakt. In die trainingen zie ik telkens hetzelfde. Leerkrachten die taal een beetje zwaar zijn gaan vinden. Die het afvinken omdat het moet. En ergens onder die vermoeidheid zit bijna altijd hetzelfde: ze zijn vergeten dat schrijven ook leuk kan zijn. Voor henzelf. Want je kunt kinderen pas echt laten voelen wat schrijven met je doet, als je het zelf weer hebt gevoeld. Daarom maakte ik deze retraite. Niet om je beter les te leren geven. Maar om je terug te brengen bij taal als iets wat van jou is. Liefs, Li
Omdat je mij volgt en omdat je taal een warm hart toedraagt.
Het hele jaar door beschikbaar, wanneer jij maar wilt.
Werkboek met begeleiding · twee audiofragmenten · voorgelezen bonus · zes schrijfvonken om na de retraite te blijven schrijven
WORKSHOPS